Kleine Indische Civetkat (Viverricula indica) Java -Indonesie
Linker onderkaakje
Dit dier is een actievere jager op kleine gewervelde dieren en insecten. De molaar heeft daarom een scherpere, hogere kniprand (het trigonide) die echt bedoeld is om vlees en chitinepantsers door te snijden
De meting van 7 mm voor de voorste tand (de hoektand/canine) is een cruciale aanwijzing dat dit kaakje toebehoort aan een kleine, volgroeide civetachtige uit de Trinil-fauna en sluit grotere katachtigen definitief uit.
Bij deze soort is de onderste hoektand relatief lang, vlijmscherp, slank en licht naar achteren gebogen.
Dit hielp het dier om snelle prooien zoals kikkers, hagedissen en grote insecten (zoals krekels of kevers) in de prehistorische rivierbossen van Java in één greep vast te houden.
Civetkatten behouden de oervorm: Civetachtigen (Viverridae) staan erom bekend dat ze een heel primitief, compleet roofdiergebit hebben behouden met de volledige reeks van vier premolaren (P1, P2, P3 en P4) achter de hoektand
- Kieuw- of zenuwopeningen: Aan de linkerkant (onder de hoektand) is heel mooi een klein zenuwgaatje (foramen) zichtbaar.
- Slijtage van de kies: De bewaarde molaar (midden) toont scherpe, nauwelijks gesleten glazuurranden. Dit wijst erop dat het om een volwassen, maar relatief jong dier ging. De tanden waren nog niet afgesleten door hard voedsel of ouderdom.
- De staat van bewaring (Positief): Fossiele kaken van kleine zoogdieren zijn fragiel en breken snel. Dat deze kaak zowel de grote, intacte hoektand (7 mm) als een molaar bevat, én dat de tandkassen (alveolen) zo loepzuiver bewaard zijn gebleven, tilt de waarde aanzienlijk omhoog.
- De herkomst (Trinil, Java): Vindplaatsen die gelinkt zijn aan de expedities van Eugène Dubois en Homo erectus zijn historisch gezien erg geliefd onder verzamelaars. Fossielen uit deze regio dragen een stukje "prehistorische mystiek" met zich mee.
- Zeldzaamheid : complete roofdierkaken van dit formaat zijn veel schaarser en zeldzamer.